Fysische
en fysisch-chemische gegevens
door Klaus Faissner
Doctoraalstudie 
Doctoraalstudie aan het Instituut voor Thermische Procestechniek en Milieutechniek aan de universiteit van Graz, in maart 2000 uitgevoerd onder supervisie van prof. dr. ir. R. Marr en officieel goedgekeurd.
Het werk bestaat uit twee belangrijke delen:
- De laboratoriumexperimenten waarbij de fysische eigenschappen van verlevendigd Grander-water worden vergeleken met die van niet-verlevendigd water.
- De ondervraging van gebruikers van de Grander-technologie in de industriële sector.
tien bedrijven Er werden tien bedrijven geselecteerd, variërend van een ziekenhuis, een chemisch bedrijf tot een wereldwijd toonaangevend concern dat zich vooral toelegt op de fabricage van kunststoffen. Deze bedrijven werden ondervraagd over hun ervaringen in de praktijk.
De gepresenteerde uitkomsten zijn zeer verschillend.
Voor bedrijven en concerns komt natuurlijk de kostenbesparing, die het gevolg is van de toepassing van de methode, op de eerste plaats. Gemeten werd vooral de besparing op chemicaliën waarbij het resultaat zeer opvallend was: een bedrijf meldde dat de aanschafkosten van 11.628,- euro een besparing van 47.237,- euro per jaar hadden opgeleverd.
Interessant was ook de uitkomst bij een ander bedrijf waarbij geen belangrijke veranderingen werden geconstateerd. Pas nadat de doctoraalscriptie was geschreven, werden de installaties in dat bedrijf opnieuw afgesteld en werd een aanzienlijke reductie van chemicaliën in het koelcircuit doorgevoerd met als resultaat dat het watercircuit volledig was gesaneerd.
Samenvatting van hoofdstuk 5 Mijn informatie over de toepassing van de Grander-technologie in de praktijk kreeg ik uit de beantwoording van een vragenlijst die aan negen industriële bedrijven en een ziekenhuis was voorgelegd. Daaruit bleek dat de Grander-technologie vaak in koelwatercircuits werd ingebouwd; om die reden was de vraagstelling vooral daarop gericht.
Om de meest uiteenlopende redenen besloten de bedrijven op de Grander-technologie over te gaan: het vaakst werd een vermindering van het chemicaliënverbruik genoemd. Afgezien van economische redenen noemden bedrijven ook milieubescherming en de veiligheid van medewerkers (vooral het contact met biociden) als motief om door middel van de Grander-technologie op chemicaliën te besparen. Naast het gebruik van chemicaliën waren ook de belasting door algenvorming, kalk- en andere afzettingen, regelmatig terugkerend onderhoud of onbevredigende waterwaarden een belangrijke reden om tot de aanschaf van de Grander-technologie over te gaan.
De vele redenen die tot de inbouw van de Grander-technologie in bedrijven leidden, laten zien dat volgens de gebruikelijke maatstaven de Grander-technologie moeilijk in een bepaalde categorie is onder te brengen.
Bij elk probleem (de belasting door algen, chemicaliënverbruik, kalk- en andere afzettingen, corrosie, warmtegeleiding van het water, onderhoudswerkzaamheden en waterkwaliteit) kon in de bedrijven worden vastgesteld dat de Grander-technologie aan de gestelde verwachtingen voldeed of dat de werking nog beter was dan men had gehoopt. Acht van de tien bedrijven waren op het moment dat het onderzoek werd uitgevoerd zeer tevreden of tevreden over de Grander-technologie. In één bedrijf werkte de Grander-technologie slechts een aantal maanden naar wens. In een ander bedrijf kon bij de analyse van de onderzoeksgegevens geen positief effect door de Grander-technologie worden vastgesteld, maar is een jaar na de inbouw van de Grander-technologie in het halfopen koelcircuit de waterkwaliteit ”ondanks de geringere toevoeging van chemicaliën plotseling duurzaam verbeterd”.
Economisch gezien heeft de investering in de Grander-waterverlevendiging bij zes bedrijven binnen een jaar en bij twee andere bedrijven binnen 2,5 jaar rendement opgeleverd. Twee bedrijven konden geen rendementsduur aangeven. De grootste besparingen bij een bedrijf bedragen ca. 47.000 euro per jaar, de besparing op chemicaliën bedraagt alleen al ongeveer ca. 22.000 euro per jaar.
Conclusie: bij sommige bedrijven kon worden aangetoond dat waterverlevendiging door de Grander-technologie tot de gewenste veranderingen in het water had geleid en dat die technologie tevens van invloed was op alles waarmee het verlevendigde water in aanraking kwam. |